Dit is Circl, een nieuw paviljoen aan de Zuidas. Een plek die ABN AMRO heeft gecreëerd om de opgedane kennis over circulariteit te delen en klanten daar goed over te kunnen adviseren. En verbinding te maken. Met klanten, collega’s, belangstellenden, buurtbewoners, voorbijgangers. Een gebouw dat volgens duurzame en circulaire principes is gebouwd. Circl is energiezuinig en demontabel ontworpen, om zo min mogelijk impact op de planeet te maken. Veel onderdelen van Circl hebben al een leven achter de rug. Andere grondstoffen - van het hout van de constructie tot het aluminium van de gevelpanelen - kunnen in de toekomst worden hergebruikt. Circl is bovendien een living lab, waar iedereen met goede ideeën over duurzaamheid en circulariteit de ruimte kan krijgen.

Circl is een plek om te leren, te inspireren, maar vooral om te verbinden. Maar hoe kwam ABN AMRO erbij om dit bijzondere paviljoen te bouwen?

Een verhaal over dromen, ambities en de kracht van voortschrijdend inzicht.

Circl Rooftopbar
Op bovenste verdieping, grenzend aan de daktuin van het paviljoen.
De daktuin
Via de trappen voor iedereen vrij toegankelijk.
Event Space
Hier organiseert Circl lezingen, debatten workshops of concerten.
Circl Restaurant
Chefkok Rudolf Brand experimenteert met circulair eten en drinken.
Basement
Overdag vergaderruimte, 's avonds en in het weekend beschikbaar voor evenementen.

Proloog

Zomer 2015. Even twijfelt Hans de Jong voordat hij op ‘versturen’ drukt. De tekst van zijn e-mail is kort, eenduidig, simpel. Maar de consequenties zullen enorm zijn. Veel mensen gaan boos worden, misschien zelfs wel in paniek raken. Planningen zullen in de war geschopt worden. Budgetten niet gehaald. Investeringen afgeschreven. Het gaat om veel geld, grote belangen.

Maar De Jong en zijn drie medestanders bij ABN AMRO weten het zeker: het moet anders. De bouw van het nieuwe paviljoen voor de deur van het hoofdkantoor van de bank aan de Amsterdamse Zuidas moet worden stopgezet. Per direct. Ook al zijn de tekeningen officieel goedgekeurd door de raad van bestuur. Ook al is de bouwput al gegraven, ook al zit iedereen op het hoofdkantoor te springen om meer ruimte: deze trein moet nu tot stilstand komen.

De Jong haalt diep adem en drukt op de knop. In het adresveld staan vrijwel alle betrokkenen: de architect, bouwbedrijf BAM, de facilitair managers van ABN AMRO – allemaal krijgen ze in een paar regels te lezen dat de bank heeft besloten de bouw volledig stil te leggen.

Het plein en de plannen

Het sluitstuk van de as van berlage

Plannen voor een paviljoen op het plein aan de Gustav Mahlerlaan zijn er al sinds ABN AMRO er in 1999 zijn hoofdkantoor neerzette. De bank was één van de eerste bewoners van de Amsterdamse Zuidas, een nieuw te bouwen zakelijk centrum met internationale allure. Vlak bij spoor, snelweg en vliegveld, en niet ver van de historische binnenstad van Amsterdam.

De bank maakt in die beginjaren ook een afspraak met de gemeente en architect Pi de Bruijn van de Architekten Cie, het Nederlandse partnerbureau van de Amerikaanse ontwerper van het ABN AMRO hoofdkantoor: op het plein voor de deur van het hoofdkantoor zal ABN AMRO een paviljoen bouwen. De Bruijn is al sinds de vroege jaren negentig betrokken bij de ontwikkeling van de Zuidas en wil samen met de gemeente van het geplande kantorengebied ook een fijne woon- en leefomgeving maken. Het ABN AMRO paviljoen moet een ontmoetingsplek worden voor zowel de kantoorpopulatie van de Zuidas als de buurt, met horeca en vergadermogelijkheden. De Bruijn ziet het afgesproken paviljoen als het sluitstuk van ‘de As van Berlage’, die de binnenstad van Amsterdam dwars door stadsdeel Zuid verbindt met de Zuidas.

Bouwput

Maar in de eerste jaren na de komst van ABN AMRO is het nieuwe zakencentrum van Amsterdam één grote bouwput, waar na zessen niet veel meer te beleven is. Niet direct een plek waar je een ontmoetingsplek met vergaderzalen en een restaurant zou willen neerzetten. Bovendien is een paviljoen vastgoed-technisch geen aantrekkelijke investering, zo redeneert de bank: het kost veel geld, maar levert relatief weinig op. Maar in 2008 wordt besloten dat de Zuidas verder op de schop moet.

Geen barrière

In de oorspronkelijke plannen voor de Zuidas zouden de ring A10 en de spoorlijn bij station Amsterdam-Zuid ondergronds lopen, zodat er geen fysieke barrière zou zijn tussen de lommerrijke woonwijken van Amsterdam-Zuid en het nieuwe kantorengebied. Om praktische en financiële redenen ging dat niet door, maar vanaf 2010 maken de gemeente Amsterdam en Rijkswaterstaat onder de noemer ‘Zuidasdok' nieuwe plannen om de snelweg alsnog ondergronds te laten lopen.

Maar, belangrijker voor ABN AMRO, ook station Amsterdam-Zuid wordt fors uitgebreid, want het kan in de huidige vorm de groeiende aantallen reizigers niet aan. Behalve grotere, bredere perrons komen er grote fietskelders bij het station, die ondergronds direct grenzen aan het plein voor het hoofdkantoor ABN AMRO. Dat plein is op dat moment niet zo spannend: 80 procent is verhard, taxi’s met bankbezoekers rijden er af en aan. Er staan plantenbakken en met veel goede wil zijn er hier en daar wat bomen geplant. Ondergronds ligt een deel van de parkeergarage van het hoofdkantoor.

Een goed moment

Is de verbouwing van station Amsterdam-Zuid niet een goed moment om ook dat plein aan te pakken, vraagt de bank zich af. En dus gaan in 2013 in opdracht van Chief Operating Officer Johan van Hall twee ABN AMRO’ers met het plein aan de slag: Dick Lussing, op dat moment Manager Facility Services, en Hans de Jong, al meer dan 20 jaar senior projectleider bij de bank.

De twee verzamelen een team om zich heen van technisch adviseurs, vastgoedspecialisten van ABN AMRO, en ook de Architekten Cie, dat als mede-ontwerper van het hoofdkantoor moet waarborgen dat plein en kantoor qua uitstraling familie van elkaar blijven. Samen maken ze plannen voor een nieuwe tuin, met hier en daar wat kleine eettentjes of paviljoentjes, à la Central Park in New York City.

Is dit niet een goed moment om dat plein aan te pakken, vraagt de bank zich af

Maar tijdens dat proces steekt ook een praktisch probleem de kop op: het hoofdkantoor barst uit zijn voegen. Waar het gebouw uit 1999 oorspronkelijk plek bood aan 3.200 werknemers, werken er op drukke dagen al gauw 6.000 man aan de Gustav Mahlerlaan. Wil je als ABN AMRO’er met een club van twintig man ergens vergaderen, dan moet je vrijwel altijd een plek buiten de deur te zoeken – en dat kost de bank jaarlijks veel geld.

Bloei

En dus komt het oorspronkelijke plan weer bovendrijven: een paviljoen. Een plek voor de bank om gasten te ontvangen, evenementen te organiseren en te vergaderen. Inmiddels is ook de Zuidas meer tot bloei gekomen, met meer horeca, bedrijvigheid en duizenden nieuwe woningen – zowel al gebouwd als in de planning.

De Architekten Cie koestert nog altijd de wens om de As van Berlage af te maken. Pi de Bruijn schrijft elk jaar in zijn kerstwens aan de raad van bestuur van de bank: zullen we nog een keer iets met dat paviljoen gaan doen? Ook de gemeente is enthousiast. Cie oppert om het Gustav Mahlerplein deels af te graven, zodat er tussen de nieuwe fietskelders van station Amsterdam-Zuid en de ondergrondse parkeergarage van het ABN AMRO hoofdkantoor ruimte ontstaat voor een grote ondergrondse ontmoetingsplek, met een mooi bank-paviljoen op het plein er bovenop.

Klinkt goed, zegt Johan van Hall. Ga maar rekenen.

Een klassiek bankgebouw

De functienaam van Rob Kuipers is een mond vol: officieel is hij Product- Contractmanager Maintenance bij ABN AMRO. Dat betekent dat hij verantwoordelijk is voor het onderhoud van een groot deel van de corporate kantoren van de bank. Bij ABN AMRO staat hij bekend als duurzaamheidsgoeroe: iedereen die wat wil weten over verduurzaming van gebouwen, energieneutraal wonen en werken of het minimaliseren van afvalstromen, komt al snel bij Kuipers terecht (hij is ook degene die zich ontfermt over de familie slechtvalken, de groep bedreigde roofvogels die sinds 2013 op het dak het ABN AMRO hoofdkantoor huist).

Eind 2014 wordt Kuipers door Hans de Jong betrokken bij het team dat het paviljoen gaat bouwen - de berekeningen zijn goedgekeurd. De Jong haalt ook twee jonge ABN AMRO’ers bij het paviljoen-team: projectmanager Rudolf Scholtens en Malu Hilverink, die zich meer met de invulling van het gebouw zal gaan bemoeien.

Gevelstenen

Bouwbedrijf BAM Infra is op dat moment al bezig om bij station Amsterdam-Zuid de fietsparkeergarage aan te leggen en staat op het punt om een grote kuil voor de deur van ABN AMRO te gaan graven. In de boardroom bovenin het hoofdkantoor ligt een rijtje verschillende stenen - de top van de bank is bezig een steensoort voor de gevel te kiezen. Hans Hammink, één van de hoofdarchitecten van de Architekten Cie, heeft een mooi ontwerp gemaakt: een klassiek langwerpig paviljoen, met een betonnen constructie, dat qua uitstraling bij een bank past. Van binnen veel gestuct wit, steen en marmer.

In de kelder komen vergaderruimtes en daarboven moet in het paviljoen een chique restaurant komen – bij voorkeur Michelinster-waardig - waar ABN AMRO’ers kunnen dineren met hun gasten. Aan de muren en in de gangen is ruimte voor een deel van de indrukwekkende kunstcollectie van de bank. De uitstraling past bij een bank, vinden de betrokkenen: zakelijk, strak, professioneel, klassiek.

De uitstraling van het eerste ontwerp past bij een bank: zakelijk, strak, professioneel, klassiek.

Rob Kuipers komt uit een heel andere wereld: hij is druk bezig te zorgen dat het hoofdkantoor de hoogste duurzaamheidscertificering ter wereld haalt, het ‘excellent’-certificaat van BREEAM. Zo laat hij infrarood-folie op alle ramen aanbrengen, wat ervoor zorgt dat het gebouw langzamer opwarmt. Dat scheelt aanzienlijk in de airconditioning.

Ook stapt het hoofdkantoor over naar stroom van windmolens en biogas, waardoor de CO2-uitstoot wordt geminimaliseerd, en heeft de bank allerlei afvalbesparende maatregelen genomen. Kuipers werkt ook aan het ABN AMRO filiaal in Alkmaar, een gebouw uit 1965 dat de bank samen met duurzaamheidscollectief The Green Quest volledig energieneutraal aan het maken is.

Net als veel andere bedrijven en organisaties neemt ABN AMRO steeds meer groene stappen, want ook de bank ziet de urgentie van het klimaatprobleem en het leefbaar houden van de planeet.

Duurzame ambities

Het projectteam van ABN AMRO bekijkt de plannen voor het paviljoen en is niet onder de indruk. De teamleden zijn zelfs verbaasd: er zijn nauwelijks duurzame ambities, en dat voor een heel nieuw gebouw! Zoals de plannen er op dat moment liggen zal het paviljoen zelfs qua duurzaamheid lager scoren dan het hoofdkantoor.

Het ‘gevoel’ van het gebouw klopt niet, vinden de teamleden. De bank neemt steeds vaker duurzame woorden in de mond. Moet ze dat dan ook niet laten zien?

De drie besluiten om samen met Hans de Jong de werkgroep een wat duurzamere kant op te duwen. Want, vinden ze, eigenlijk kun je anno 2015, waarin steeds meer mensen de ernst zien van klimaatverandering, energiebesparing en grondstoffenschaarste, niet meer aankomen met standaard off the shelf nieuwbouw.

Liever geen risico's

Het projectteam stelt daarom continu vragen aan de bouwers (BAM Bouw en Techniek heeft maanden daarvoor de aanbesteding gewonnen), technisch adviseurs en architecten. De partijen hebben allemaal wel wat ervaring met duurzaam ontwerpen en bouwen, maar niet op de schaal waarin de ABN AMRO’ers het voor zich zien. Hoe zit het met de energievoorziening? Kan het groener? Waarom dit materiaal? Is dit de zuinigste en efficiëntste oplossing? Is er niet een duurzamere variant?

Het bouwteam staat niet te springen om te experimenteren, geen risico’s nemen. Jullie wilden een paviljoen dat bij de bank en het hoofdkantoor past, reageren de ontwerpers, dus zo hebben we het ontworpen. Een volledig duurzaam pand zou er heel anders uit gaan zien.

Bovendien, zeggen de leden van de werkgroep, zijn deze plannen al goedgekeurd, tot aan de raad van bestuur aan toe. Aanpassen wordt ingewikkeld. Misschien kunnen we de koeling laten aansluiten op die van het hoofdgebouw? Of we gebruiken een wat efficiëntere verwarmingsketel?

Kuipers moet diep zuchten.

Malu Hilverink wordt intussen een steeds enthousiaster pleitbezorger van het duurzame gedachtegoed. Niet alleen qua bouw, maar ook wat betreft de inhoudelijke invulling van het paviljoen: kan dat niet veel méér worden dan alleen maar een ontmoetingsplek met vergaderzalen voor de bank plus horeca? Zou het niet een meer openbare plek kunnen worden die anderen inspireert tot groener bouwen?

Ze organiseert ter inspiratie een duurzaamheidsbijeenkomst voor het hele team. Ze laat duurzame hapjes aanrukken en houdt een inspirerend verhaal over het belang van energiezuinig bouwen, de juiste herkomst van grondstoffen, de toekomst van de planeet, de kansen die ABN AMRO als grote bank heeft om met dit paviljoen duurzame impact te maken.

Tijdens die sessie ontstaat op een zeker moment discussie over het al dan niet aanleggen van een grijswatersysteem, waarbij opgevangen regenwater wordt gebruikt om de wc’s te spoelen en de tuin rond het paviljoen te bewateren. Een kostbare installatie, maar het bespaart veel schoon water. Ja, leuk, zegt één van de technisch adviseurs, maar zoiets is ook ingewikkeld en duur. En weet je, drinkwater is zo goedkoop in Nederland – zo’n grijs water-installatie heb je helemaal niet nodig. De drie ABN AMRO’ers kijken elkaar aan. Dit wordt ingewikkeld.

De trein dendert door

Het is inmiddels bijna zomer 2015 en de sfeer in het projectteam is gespannen. De bouwers van BAM en de ontwerpers van de Architekten Cie worden steeds narriger van de kritische vragen van de ABN AMRO’ers. Op hun beurt raken die ook steeds gefrustreerder dat de bank de kans dreigt te missen om een echt duurzaam project te realiseren. Maar de trein dendert door. De bouwers van BAM willen aan de slag, de planning moet gehaald worden, bankmedewerkers zitten te springen om vergaderruimte...

Rob Kuipers, Rudolf Scholtens, Malu Hilverink en Hans de Jong spreken af in de kantine van het ABN AMRO kantoor aan de Hogehilweg in Amsterdam Zuidoost. Wat nu? Op deze voet doorgaan? Dan staat er straks een traditioneel paviljoen. Mooi, zeker. Maar ook een gemiste kans.

Het alternatief? Precies weten ze het niet, maar in ieder geval willen ze tijd winnen. De vier nemen op eigen houtje een radicaal besluit. Ze gaan het proces stilzetten, met als inzet een volledig duurzame bouw. Pas als er een nieuw ontwerp ligt en alle partijen zich willen committeren aan nieuwe, duurzame doelstellingen, gaat het proces verder. En wie dat niet wil, zal niet meer meewerken aan dit project.

Closing the loop

Alles draait om restwaarde

Wie de geestelijk vader is van de term ‘circulaire economie’ is niet duidelijk, maar de principes ervan komen voort uit een beweging die ook wel ‘cradle to cradle’ wordt genoemd. De grote goeroe daarvan, de Amerikaanse architect William McDonough, pleitte eind jaren ’90 al samen met de Duitse chemicus Michael Braungart voor een radicaal andere visie op het gebruik van grondstoffen en (bouw)materialen.

Het uitgangspunt van de cradle-to-cradle-filosofie is dat veel grondstoffen niet oneindig beschikbaar zijn, maar in het traditionele bouwen en ontwerpen wel zo behandeld worden.

We nemen een grondstof, bewerken hem met een onomkeerbaar proces, bouwen of produceren er iets mee, en aan het einde van de levensduur van het gebouw of product wordt de zaak gesloopt en verdwijnen de grondstoffen op de vuilnisbelt. Weg waarde.

Wil je ‘cradle to cradle’ bouwen, dan doe je dat op zo’n manier dat álle restmaterialen hergebruikt kunnen worden en er nauwelijks sprake is van afval. “Afval bestaat niet’, is een veelgehoorde kreet binnen deze filosofie.

Regeneratie

De circulaire economie borduurt hierop voort en gaat uit van het idee van regeneratie, van het continu optimaal houden van de waarde van grondstoffen. Dat betekent voor het bouwen en maken van producten zoveel als: ontwerp het in het begin al op zo’n manier dat de benodigde grondstoffen - die zijn gewonnen op een zo duurzaam mogelijke manier of, nog beter, ook al elders gebruikt zijn - aan het eind nog zo veel mogelijk restwaarde hebben.

Dan kunnen de grondstoffen vervolgens weer worden hergebruikt in een nieuw gebouw of product - dat op zijn beurt ook weer zo slim mogelijk is ontworpen. Zo blijft de cirkel gesloten en blijven grondstoffen in principe oneindig bruikbaar.

Zo blijft de cirkel gesloten en blijven grondstoffen in principe oneindig bruikbaar

De principes achter de circulaire economie slaan de laatste jaren steeds meer aan, want ze passen in de trend van verduurzaming, MVO en people, planet, profit. In vergezichten wordt een beeld geschetst van een economie waarin de mens zo min mogelijk impact heeft op zijn omgeving, waarin hij natuurlijke hulpbronnen en alles wat hij uit de natuur pakt zo veel mogelijk regenereert op niet- uitputtende of vervuilende manieren.

Maar de circulaire principes kunnen ook worden toegepast op andere gebieden. Voor commerciële samenwerkingen betekent het bijvoorbeeld dat partijen niet meer alleen maar uit zijn op hun eigen winst ten koste van de ander, maar dat ze samen streven naar een zo goed mogelijk eindresultaat met zo min mogelijk milieuschade of uitputting van grondstoffen. Voor de arbeidsmarkt betekent het inclusiviteit en waardig werk voor iedereen. En zo kun je op elk onderdeel van de economie circulaire principes toepassen.

Neem de manier waarop we met bezit omgaan. Er is het bekende voorbeeld van architect Thomas Rau die zich in een aflevering van Tegenlicht (getiteld Het einde van bezit) afvraagt: als ik licht wil hebben, waarom moet ik dan per se lampen bezitten? Een lamp gaat maar beperkte tijd mee. Niet omdat hij van zichzelf zo kwetsbaar is, maar omdat hij zo is ontworpen: de lampenfabriek zorgt er op die manier voor dat consumenten lampen moeten blijven kopen.

Maar, zo redeneert Rau, als je het bezit en de verantwoordelijkheid voor de hardware bij de producent laat, dan zal die juist zorgen dat zijn spullen zo lang mogelijk meegaan. Want vervangen kost dan hém geld in plaats van de consument. Bovendien zal hij zijn producten zo ontwerpen dat ze makkelijk te repareren of demonteren zijn.

Eén grote loop

Circulaire principes zijn aanstekelijk. De laatste jaren scharen steeds meer bedrijven en organisaties zich achter de beweging die uiteindelijk van de hele economie één grote loop wil maken. Een grote bierbrouwer laat brood bakken van zijn restproducten, een kledingfabrikant maakt spijkerbroeken van plastic afval uit zee, een waterbedrijf filtert humuszuur uit het water en zet het in als bodemverbeteraar.

Ook de overheid is enthousiast over circulariteit: in juni 2016 brengt de Sociaal Economische Raad een advies uit hoe de Nederlandse economie circulair te maken; in september van dat jaar volgt een Rijksbreed programma waarin staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) van Infrastructuur en Milieu en minister Henk Kamp (VVD) van Economische zaken hun plannen presenteren om de economie van Nederland in 2050 volledig circulair te maken.

Dus jullie willen duurzaam?

Op het kantoor van de Architekten Cie aan de Keizersgracht in Amsterdam is de verwarring groot als het mailtje van Hans de Jong binnenkomt. ABN AMRO, een grote opdrachtgever waar het bureau al jaren mee samenwerkt, zet plotseling een groot project on hold. Hans Hammink, de senior architect die namens de Architekten Cie het ontwerp voor het paviljoen maakte, schrikt zich rot. Wat heeft dit te betekenen? Intussen neemt bij ABN AMRO niemand de telefoon op.

In de hogere lagen van de bank wordt verrast gereageerd op de beslissing van het projectteam om de bouw voorlopig stil te leggen. Mark van Rijt, op dat moment Managing Director Facility Management bij de bank, heeft zich tot dusver van afstand bemoeid met de bouw het paviljoen. Hij leest de mail van Hans de Jong, begrijpt dat er bezwaren leven bij de projectgroep en wil graag meer weten over mogelijke alternatieven.

Maar Van Rijt moet ook reëel zijn: dit soort beslissingen hebben grote consequenties voor een project van deze omvang, zowel qua tijd als geld. Blind en abrupt in een onbekende duurzaamheidsmolen stappen is niet per se verstandig: dit paviljoen is niet een gek experiment in een onopvallend ABN AMRO laboratorium, maar staat op een heel prominente plek aan de Zuidas. Daar moet je niet te lichtzinnig over doen. Bovendien is de bouw al bezig en zijn de plannen al maanden geleden goedgekeurd door iedereen. Maar, mailt Van Rijt terug aan Hans de Jong, als de bezwaren echt zo groot zijn, dan valt over een alternatieve koers te praten. Laat maar zien wat de gedachten zijn.

Gedachte-experiment

In diezelfde dagen begint er bij architect Hans Hammink wat te borrelen. Min of meer toevallig is bij Architekten Cie een student van de TU Delft aan het afstuderen, Luuk Graamans. Zijn onderwerp: circulair bouwen en ontwerpen. In zijn scriptie onderzoekt de student de mogelijkheden om gebouwen als het ABN AMRO-paviljoen zo circulair mogelijk te ontwerpen en bouwen.

Een leuk gedachte-experiment waarmee Architekten Cie wil voorsorteren op de verre toekomst. Maar Hans Hammink realiseert zich dat die toekomst misschien helemaal niet zo ver meer is. En dat dit gedachte-experiment realiteit kan worden.

Hammink besluit snel te schakelen. Hij roept Graamans en een groepje medewerkers van Cie en de TU Delft bij elkaar. Ze laten hun hersens kraken over de vraag: hoe kunnen we de huidige plannen voor het paviljoen - waarvan de bouw al begonnen is - ombuigen richting circulariteit?

In krap twee weken maken ze een brochure waarin ze hun ideeën uiteenzetten. Ze tekenen nog geen nieuw ontwerp, maar beschrijven wel wat het begrip circulariteit kan betekenen voor de bouw van dit paviljoen, maar ook voor de bank. Die kan, als vastgoedfinancier, niet alleen laten zien wat het betekent om circulair te bouwen, maar ook ervaring opdoen met leaseconstructies in plaats van bezit, inclusief de bijbehorende financierings- en eigendomskwesties. En, oppert Cie in de brochure, ‘het paviljoen kan een podium vormen voor circulaire initiatieven om de samenleving bewust te maken van de potentie.’

Een circulair paviljoen

Als het ABN AMRO-team van Hans de Jong twee weken na de omineuze e-mail de telefoon weer aanzet, neemt Hans Hammink meteen contact op. Een paar dagen later legt Cie in een meeting met het ABN AMRO team de brochure op tafel. Jullie willen duurzaam? Wat dacht je hiervan: een circulair paviljoen, dat niet alleen zo circulair mogelijk is gebouwd, maar ook een living lab is, een podium voor deze nieuwe principes van bouwen en werken?

Het is een schot in de roos. De ABN AMRO’ers kijken elkaar aan. Dít is ambitieus. Dít is vernieuwend. Dít is wat we willen. Duurzaamheid als uitgangspunt. Vrijwel meteen beslissen ze: we gaan dit gezamenlijk uitwerken tot een nieuw ontwerp. En daarmee zullen we het management van ABN AMRO eens wat laten zien.

Een snelkookpan

Wat volgt is een periode die de betrokkenen omschrijven als een snelkookpan. Er moet in no time een nieuw ontwerp komen, waarbij zoveel mogelijk wordt gewerkt volgens de circulaire principes. De bank, Cie, de TU Delft, bouwer BAM - opgelucht dat er weer beweging is - organiseren kort op elkaar een aantal brainstormsessies.

De belangrijkste principes van circulariteit
Reduce gebruik alleen wat je nodig hebt. Verspil niet onnodig grondstoffen alleen maar om iets er mooier uit te laten zien of omdat het de goedkoopste oplossing is.
Re-use gebruik zo mogelijk bestaande materialen en grondstoffen.
Recycle als je afval produceert, zorg dat het wordt gerecycled en dat er zo min mogelijk waarde verloren gaat.

Natuurlijk kunnen ze in die fase om bepaalde keuzes niet heen: de betonnen bak die de fundering vormt en waarin de vergaderruimtes moeten komen, ligt er al. En over de basisvorm van het eerste ontwerp - een langgerekt paviljoen met een grote kelder, een multifunctionele open benedenverdieping en een grote daktuin met café - was iedereen enthousiast. Dus daar moet niet te veel aan getornd worden.

Maar de veranderingen die volgen uit de sessies en die in het nieuwe ontwerp van Hammink terechtkomen zijn groot. Vooral vanwege één van de belangrijkste circulaire punten: het nieuwe paviljoen moet zoveel mogelijk demontabel zijn, zodat de bouwmaterialen na een eventuele afbraak gewoon weer elders gebruikt kunnen worden. Dat betekent dat de traditionele bouwkundige volgorde wordt omgedraaid: niet eerst ontwerpen en dan op zoek gaan naar geschikte materialen, maar: welke materialen zijn voorhanden, hebben een lage CO2-impact als het gaat om productie en transport, en hoe zijn ze zo circulair mogelijk in te zetten?

Geen beton, maar hout

In het nieuwe ontwerp verdwijnt daarom de betonconstructie die het pand moet dragen: bij de productie van beton komt relatief veel CO2 vrij en het is niet makkelijk te hergebruiken. In plaats daarvan komen grote, houten balken van larikshout die aan elkaar geschroefd worden. Die balken zijn zelfs een fractie langer dan nodig, want op die manier kunnen ze makkelijk hergebruikt worden: zaag de stukken waar de balken aan elkaar geschroefd zijn eraf, en je hebt houten balken die zo weer een andere constructie kunnen dragen. De leverancier brengt ook het resthout naar de bank: later zullen daar grote delen van het interieur van het restaurant van worden gemaakt.

Met het hout verandert de uitstraling van het paviljoen ook: in plaats van het strakke bankpaviljoen-met-marmeren-gevel verschijnt een warm, maar ook ruig houten gebouw. Van binnen wordt veel weggelaten (volgens het principe reduce), er zijn geen plafonds en het leidingwerk is gewoon zichtbaar.

De architect twijfelt tijdens de sessies af en toe of het nieuwe ontwerp niet te ruig zal zijn voor de bankiers. Hij stelt op een zeker moment voor om de balken wit te verven, om het wat strakker te laten ogen. Maar dat kost onnodig verf, bovendien maakt dat het hergebruik van de balken veel lastiger, vindt ABN AMRO.

Terra incognita

En zo zijn er talloze keuzes. Welke panelen voor de gevel? Hoe moet het met de vloeren? Kunnen we warmtewisselaars inzetten? Zonnepanelen, ja, natuurlijk, maar welke en waar? Wat doen we met de klimaatbeheersing? Tijdens die sessies wordt steeds duidelijker dat het merendeel van die keuzes pas gaandeweg het bouwproces gemaakt zal worden. Het is bouwen en ontwerpen tegelijkertijd. Dat komt omdat het circulair bouwen voor alle partijen terra incognita is. Ja, de principes zijn duidelijk: zo min mogelijk eenmalig gebruik van grondstoffen, zo energieneutraal mogelijk, alles demontabel. Maar hoe dat in de praktijk moet?

De principes zijn duidelijk: zo min mogelijk eenmalig gebruik van grondstoffen, zo energieneutraal mogelijk, alles demontabel. Maar hoe dat in de praktijk moet?

Na ruim vier weken van brainstormen organiseert het ABN AMRO projectteam samen met de Architekten Cie een bijeenkomst voor alle betrokkenen in restaurant Baut, op dat moment in de oude Citroëngarage aan het Olympiaplein in Amsterdam. Bewust kiezen ze voor een pop-up-restaurant. De keuken, de inrichting: alles in het restaurant is tijdelijk, demontabel en makkelijk te hergebruiken op een andere plek.

De projectleden zijn gespannen. Cie zal voor het eerst aan een groter publiek zijn plannen voor het nieuwe paviljoen uit de doeken doen. De groep genodigden zal een oordeel gaan vellen: is het paviljoenteam gek geworden, of juist visionair?

Het wordt het laatste. Iedereen voelt intuïtief aan dat het de juiste weg is, dat het verhaal van dit nieuwe paviljoen klopt. De sfeer is zowaar euforisch: we gaan het doen, we gaan het verschil maken! Het circulaire gedachtegoed werkt aanstekelijk. Dat paviljoen kan zó veel meer worden dan alleen een showcase duurzaam bouwen!

Maar in hun achterhoofd weten de projectleden dat de top van de bank nog wel mee moet. De teamleden zullen met een goed verhaal moeten komen om groen licht te krijgen, realiseren ze zich, want er zijn allerlei praktische redenen om gewoon de oude voet door te gaan. En dat verhaal is er wel, inclusief veel goede principes en bedoelingen en een mooie ruwe schets voor een nieuw gebouw. Maar verder ligt er nog maar bar weinig praktisch op tafel.

Niemand heeft een handleiding ‘circulair bouwen in 2015’. Maar dat blijkt juist een oersterk argument om het wél te gaan doen.

We willen de wereld veranderen

Op een dag in oktober 2015 - de bouw van het paviljoen ligt nog altijd stil - presenteren Malu Hilverink, Rudolf Scholtens en Pi de Bruijn de nieuwe plannen één voor één aan de managers die bij ABN AMRO over het vastgoed gaan. De pitch: dit is dé kans voor de bank om impact te maken. De wereld een klein beetje te veranderen.

Natuurlijk, zo redeneren de teamleden, kun je als bank ervoor kiezen het duurzaamste gebouw ter wereld neer te zetten. Dat is niet moeilijk. Je neemt een grote zak geld, kiest een superduurzaam architectenbureau, gebruikt de modernste technieken voor energieopwekking, smart building en zet een showcase neer: kijk eens wat er tegenwoordig allemaal kan en wat wij hebben gedaan.

Ja, het kost geld om de ingezette koers te wijzigen. Het oude ontwerp kan voor een groot deel de prullenbak in. Maar, zeggen de voorstanders zonder een spoortje ironie, en Van Rijt is daar gevoelig voor, we hebben nu een kans om de wereld te veranderen. Juist ABN AMRO moet het voortouw nemen.

Zoiets laten zien is natuurlijk op zichzelf waardevol en inspirerend. Maar wordt zo’n proces op die manier ook geïnternaliseerd? Zou het niet veel waardevoller zijn om juist in alle openheid en kwetsbaarheid een leerproces door te maken en te proberen als vrij traditionele organisatie een voor iedereen haalbare en betaalbare vorm van circulariteit te laten zien? Daar kan niet alleen de bank veel van opsteken, maar ook andere organisaties die nog weinig ervaring hebben met circulariteit.

Geen standaarden

Zo’n kwetsbare opstelling is niet een waarbij een bank zich van nature prettig voelt. ABN AMRO heeft een gematigd risico profiel.

Alleen: de circulaire economie is zoiets nieuws dat er nog geen standaarden zijn, of kant en klare oplossingen. De nieuwe plannen voor het paviljoen vragen van de bank een leap of faith, waarbij ze tegen de wereld zegt: wij weten ook niet precies hoe dit moet, dit circulair bouwen, maar we geloven in de principes.

En we willen niet alleen samen met onze partners leren van dit proces, ze uitdagen mee te bewegen richting circulariteit, maar we willen die learnings met onze klanten delen. Zonder copyright – nee, iedereen heeft juist een right to copy. Want dat is de enige manier om iedereen de circulaire transitie te laten maken, niet alleen maar de progressieve voorhoede, maar ook de grote, traditionele partijen.

Die boodschap komt aan bij de top van de bank. Mark van Rijt heeft toevallig die dagen een boek over circulariteit op zijn nachtkastje liggen en ziet veel in de principes. Ja, hij ziet ook belemmeringen, in tijd en geld vooral, maar het enthousiasme en het idealisme van de werkgroep werken aanstekelijk. Ze hebben een haarscherpe visie, vindt hij. Hij is onder de indruk van hun presentatie.

Een grote vastgoedspeler

En er speelt nog iets mee: ABN AMRO is op de bouw- en vastgoedmarkt een grote speler, met veel impact. De bank heeft voor zo’n 185 miljard euro aan uitstaande leningen voor woningen en gebouwen op de balans staan. Verduurzaming en circulariteit zijn onmiskenbaar thema’s waar de bouw- en de vastgoedwereld de komende decennia mee te maken krijgen. Is het dan niet juist aan de bank om het goede voorbeeld te geven en via hands on-ervaring te laten zien hoe je dat aanpakt? En om zijn invloed te gebruiken om partners en leveranciers uit te dagen om zo circulair mogelijk te gaan werken?

Ook business-wise is ook urgentie. Niet alleen ziet het er naar uit dat alle kantoorgebouwen in Nederland in 2023 minimaal het energielabel C moeten hebben, het uiteindelijke streven is dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. Dat betekent ook dat bestaande gebouwen aan steeds strengere eisen moeten gaan voldoen. Gebeurt dat niet, dan worden die gebouwen per definitie minder waard – en dat is geen goed nieuws voor de vastgoedportefeuille van de bank.

Dit moeten we gewoon doen, realiseert Van Rijt zich, ondanks de belemmeringen. Hij kan ook niet alle consequenties overzien, en het zal een sprong in het diepe worden, maar intuïtief voelt hij aan dat het de juiste weg is. Nu is het aan hem om te zorgen dat het project ook praktisch haalbaar is en binnen de planning valt.

Dat betekent dus, zegt hij, dat er tijdens het verdere bouwproces de juiste balans moet zijn tussen tijd, geld, functionaliteit en circulariteit. Want áls de bank dit dan gaat doen, dan moeten de learnings ook haalbaar en betaalbaar zijn voor anderen - niet te extreem, kortom.

Dat is goed Mark, zeggen de projectleden, opgelucht en dolblij dat ze door kunnen.

In de dagen erna spreekt Van Rijt één voor één met de leden van de raad van bestuur. Die zien ook de kansen die de nieuwe koers van het paviljoen biedt. De werkgroep mag definitief door. ABN AMRO gaat een circulair paviljoen bouwen.

Circulaire Dilemma’s

Ze worden soms gek van ons

Als Nick Jaring voor het eerst over het ABN AMRO paviljoen en de circulaire ambities hoort, is hij een beetje sceptisch. Duurzaamheid, goed, daar weet hij als bouwkundige en projectleider bij BAM wel het nodige van af. Maar circulariteit? Best abstract. Hij begint een zoektocht op internet, praat met betrokkenen, met het speciale duurzaamheidsteam van BAM, want vanaf juli 2016 is hij namens BAM de projectleider voor de bouw van het nieuwe paviljoen.

Na de ‘go’ van de top van de bank is het hard gegaan. Iedereen die betrokken is bij het project weet: vanaf nu gaan we het allemaal anders doen. Voor BAM is dat ook wennen. Niet alleen wilde de bank opnieuw met de aannemer onderhandelen omdat de vorige aanbesteding kwam te vervallen, ook meldde de bank als opdrachtgever veel directer betrokken te willen zijn dan gebruikelijk.

Circulaire vragen

Elke potentiële partner - van ontwerper en adviseur tot leverancier en installateur - krijgt van de bank een reeks ‘circulaire vragen’ voorgeschoteld. Waar komen de grondstoffen voor jullie product of ontwerp precies vandaan? Hoe zien jullie circulariteit? Op wat voor manier kunnen jullie je product aanpassen dat het weer makkelijk gedemonteerd kan worden? Op welke manier kunnen jullie in je eígen keten zorgen voor impact?

Iedereen wordt uitgedaagd om verder te denken. En vervolgens maakt het bouwteam de keuze voor de partij die écht over de principes heeft nagedacht en duurzaamheid en circulariteit niet alleen als een verkooppraatje beschouwt.

Zonnepanelen
Na een zoektocht langs verschillende leveranciers kiezen ABN AMRO en BAM uiteindelijk voor het bedrijf Exasun uit Den Haag om de zonnepanelen te laten leveren. Anders dan vrijwel alle leveranciers van zonnepanelen ontwerpt én bouwt Exasun zijn panelen in Nederland, dus de transportkosten en milieuimpact zijn veel lager. Bovendien werkt Exasun met panelen die aan zowel de onder- als bovenkant een glaslaag hebben. Daardoor zijn ze veel duurzamer dan reguliere panelen - daarvan daalt de opbrengst elk jaar met zo'n 0,7 procent. Naar verwachting gaan de panelen van Exasun minimaal 50 jaar mee. ABN AMRO laat er 260 installeren op het dak van het paviljoen, en nog eens 260 op de gevelrand die het hele paviljoen omspant.
Dat levert soms ongebruikelijke situaties op. Als BAM onderhandelt met leveranciers, zitten leden van het projectteam van ABN AMRO er regelmatig bij. De opdrachtgever aan tafel bij de aannemer als die met leveranciers praat - dat is even wennen. Maar het past bij de circulaire principes, waarbij de winst van de een niet per se het verlies van de ander is, maar waarbij je samen op zoek gaat naar de beste, duurzaamste oplossing. En als er dan eenmaal uit die gesprekken een partij is gekozen – voor de gevels, de dakbedekking,
Audio interview
Nick Jaring
Nick Jaring over Circulair bouwen
Nick Jaring (1979) is integraal projectleider namens BAM Bouw en Techniek en verantwoordelijk voor de engineering, voorbereiding en realisatie van het ABN AMRO Paviljoen.
1:51
dan wordt die vervolgens ook gevraagd om mee te praten over het ontwerp. Ook dat is voor veel betrokkenen nieuw.

De ABN AMRO’ers en architect moeten het keer op keer uitleggen. En ze blijven kritische vragen stellen. Een uitdagend proces, noemt Nick Jaring het.

Bijzondere keuzes

Samen met de TU Delft komen de partijen tot een aantal bijzondere installaties. Onder het paviljoen zit een systeem van horizontale en verticale bodemwisselaars – die laatste een serie van negen bronnen van zo’n 80 meter diep, die op een energiezuinige manier het pand kunnen verwarmen en koelen met behulp van aardwarmte.

Overal in de vloer en in de plafonds van de begane grond zitten zogeheten PCM’s, phase changing materials, die ABN AMRO eerder ook al in het kantoor in Alkmaar liet installeren. PCM’s zijn een soort koelboxelementen met daarin een zoutoplossing die al naar gelang de ingestelde temperatuur smelt of stolt. En die je dus als een soort thermische accu kunt gebruiken. Bereikt de ruimte de gewenste temperatuur – zeg 20 graden – dan smelt het materiaal en geeft het koelte af. Zakt de temperatuur – bijvoorbeeld omdat er ’s nachts aardgekoeld water uit de bodemwisselaar langs de PCM’s wordt gepompt, dan stolt het materiaal en wordt het als het ware weer geladen. Met zo’n thermische buffer is met minimale energie de temperatuur in het pand te regelen.

Circulair bouwen is ook nadenken over afvalstromen en alleen gebruiken en installeren wat je echt nodig hebt. Moet de betonnen kelder een vloer krijgen? Niet als het constructief of om andere praktische redenen niet nodig is, vindt ABN AMRO. Dus wordt het beton geschuurd en gepolijst, meer niet.

De bodem van de bak heeft nog wel wat te lijden tijdens het verdere bouwproces, dus normaal zou een aannemer daar stucloop overheen leggen, een laag beschermend papier. Maar voor 1600 m2 levert dat aardig wat afval op. Dus beslissen BAM en ABN AMRO: doen we niet. En dat betekent dus ook dat de keldervloer er bij de oplevering gebruikt uitziet (de hoogwerkers zijn om die reden wel uitgerust met speciale witte banden).

Geen natte verbindingen

De bouwer krijgt ook met strenge eisen te maken. Als je een gebouw makkelijk wil demonteren, dan zijn ‘natte’ verbindingen als lijm, kit of purschuim uit den boze. Alles moet zo veel mogelijk geschroefd, gebout, geklikt of geklemd worden.

Nog zoiets: alles is ‘zichtwerk’. Normaal gebruikt een timmerman een stuk muur nog wel eens als kladblok om iets uit te rekenen. Maar dit pand is ruw en minimaal afgewerkt. Wat je tijdens bouw ziet, zal de gebruiker van het pand straks ook zien. Dus is de oekaze van BAM aan al zijn medewerkers: geen gekladder alstublieft.

Nog een idee van BAM dat laat zien hoe tijdens het bouwproces continu is bijgestuurd: de vloeren van de begane grond en de eerste verdieping zijn van hout. Om te isoleren voor contactgeluid moet daar iets van massa op gelegd worden. In een eerder ontwerp was dat zand – dat kun je immers makkelijk hergebruiken. Maar een strakke, perfect vlakke laag zand neerleggen op een terrein vol bouwvakkers, dat is vragen om problemen.

Dus oppert BAM: kunnen we niet stoeptegels gebruiken als massa? De rekenaars gaan rekenen en ja, dat kan. Dus wordt een partij gebruikte stoeptegels aangevoerd en kunnen de bouwlui vrijuit over de vloeren lopen.

Nog een duidelijke besparende keuze: vrijwel het hele pand draait op gelijkspanning. Energie opgewekt door zonnepanelen is gelijkspanning, maar een regulier elektriciteitsnet werkt met wisselspanning. Dus normaal gesproken wordt zonne-energie met omvormers omgezet in wisselspanning om terug te kunnen leveren aan het net. Tegelijkertijd draait veel apparatuur - laptops, smartphones - op gelijkstroom: daarom heb je een adapter nodig om ze op te laden. In het kader van reduce is het mogelijk om die omvormers en adapters weg te laten en rechtstreeks apparatuur aan te sluiten op de zonnestroom, bedenkt Rob Kuipers. Daardoor zijn er minder materialen (en dus grondstoffen) nodig en minder energieverlies door omvormers. En daarom draait bijvoorbeeld de ledverlichting in het pand op gelijkstroom en kunnen laptops en telefoons direct worden aangesloten op gelijkspanning.

Urban mining

In het kader van ‘re-use’ zoekt het projectteam contact met het bedrijf New Horizon uit Amsterdam. Zij noemen zichzelf ‘urban miners’: uit gebouwen die niet meer gebruikt worden en dus gedemonteerd halen ze waardevolle restmaterialen en grondstoffen. Zo levert New Horizon gebruikte brandslanghaspels voor het nieuwe paviljoen, net als kabelgoten. Ook de stoeptegels in de vloer worden door New Horizon geleverd.

Audio interview
Michel Baars
Michel Baars over Urban Mining
Michel is oprichter van New Horizon en hoopt de wereld te vergroenen door hergebruik.
3:15

De vloer op de begane grond wordt samengesteld uit verzameld hardhout - afkomstig uit een oud klooster en de bar van voetbalclub Top Oss. De vergaderzalen in de kelder krijgen puien afkomstig uit een oud Philips-gebouw in Hilversum. Ze passen niet helemaal, dus moet er hier en daar een extra schot worden gemonteerd om de zalen sluitend te krijgen. ‘Re-use’ wint het hier van esthetiek - hoewel iedereen de puien er prachtig vindt uitzien. En het is een goed verhaal.

In navolging van Thomas Rau besluit ABN AMRO de lift in bezit te laten bij de leverancier (Mitsubishi). De bank betaalt per ‘verticale beweging’. En hoewel er in de oorspronkelijke plannen twee liften zouden worden gemaakt, besluiten bank en architect gaandeweg dat eentje genoeg is: je kunt ook met de trap.

Dit gebouw moet zo goed mogelijk worden – niet zo mooi mogelijk

Voor architect Hans Hammink blijft het af en toe een tweestrijd. Hij heeft, zegt hij, een nieuwe esthetiek moeten ontwikkelen. Waar bij andere ‘normale’ ontwerp- en bouwprocessen af en toe dingen afvallen omdat ze, zoals Hammink zegt, ‘esthetisch niet acceptabel’ zijn, ligt het evenwicht bij het ABN AMRO paviljoen anders. Dit gebouw moet zo goed mogelijk worden – niet zo mooi mogelijk.

Maar, zegt hij, vergis je niet: ik vind het nog altijd een prachtig gebouw, al is het heel iets anders dan het eerste ontwerp.

Een ontmoetingsplek

Terwijl begin 2016 op het plein de contouren van het paviljoen verschijnen en er steeds meer rondleidingen worden gehouden – voor klanten, vastgoedpartners, andere banken, maar ook buurtbewoners, scholen en andere geïnteresseerden - begint het projectteam na te denken over wat er nu eigenlijk concreet moet gaan gebeuren ín het paviljoen. Na de bijeenkomst in de oude Citroën-garage is het bij veel mensen gaan borrelen.

Malu Hilverink neemt de taak op zich te zorgen dat het paviljoen ook inhoudelijk een circulair karakter krijgt. Natuurlijk, het oorspronkelijke gebruik als vergaderruimte en horecagelegenheid ligt nog steeds in de planning. Maar wat betekent deze circulaire koers voor de verdere invulling?

Daarvoor - en voor de algemene dagelijkse leiding - heeft het paviljoen een directeur nodig. Die zal samen met een team moeten zorgen voor een programmering die recht doet aan de circulaire principes die ABN AMRO wil helpen promoten. En het team zal ervoor moeten zorgen dat het paviljoen genoeg omzet draait en voor voldoende nieuwe business-initiatieven zorgt om de eigen broek op te houden. Circulariteit en duurzaamheid zijn belangrijk, maar, zo weet iedereen die namens de bank betrokken is: het is niet de bedoeling dat het paviljoen een bleeder wordt.

Een nieuwe onderneming

Als Merijn van den Bergh hoort van de plannen voor een nieuw paviljoen, begint het bij hem te kriebelen. Hij is op dat moment Manager Corporate Buildings bij ABN AMRO, maar wil al een tijdje wat meer ondernemen, wat losser komen van bank. Hoe meer hij over het paviljoen hoort, hoe enthousiaster hij wordt over de ideeën en de energie die het project losmaakt in mensen.

En hij voelt de uitdaging: hoe kun je zorgen dat zo’n project ook een goede business case wordt? Hij komt in contact met Malu Hilverink en als ze op een dag zitten te praten over het pand valt ineens het muntje: moet Van den Bergh niet de nieuwe directeur worden?

Die avond kan Van den Bergh niet in slaap komen - eigenlijk is zoiets precies wat hij wil. Een combinatie van ondernemerschap in een horeca-omgeving en duurzaamheid, van inhoudelijk relevant maar ook commercieel werk. De volgende dag meldt hij zich officieel aan als kandidaat voor de directiefunctie en na een paar gesprekken is het rond: Merijn van den Bergh wordt de directeur van Circl, zoals het nieuwe paviljoen moet gaan heten. Ook het inhoudelijke doel van het paviljoen wordt geformuleerd: de transitie naar de circulaire economie versnellen.

Rollen

Het paviljoen kan daarin allerlei rollen spelen, zoals de Architekten Cie ook al had voorgesteld. Het dient natuurlijk als voorbeeld van circulair bouwen, het kan een living lab zijn waarin circulaire ideeën kunnen worden uitgeprobeerd, maar het is vooral ook een ontmoetingsplek. Voor klanten van de bank die verder willen met circulariteit, maar ook voor andere bedrijven, maatschappelijke organisaties: iedereen die maar ‘iets’ met circulariteit wil.

Zoiets kun je invullen met sessies, debatten, wedstrijden, workshops, open podia - alles in het teken van people, planet en profit. Van den Bergh en Hilverink komen in contact met Egbert Fransen van Pakhuis de Zwijger, een cultureel en maatschappelijk podium in Amsterdam waar sessies in het thema staan van stedelijke duurzaamheid. Samen sparren ze over het paviljoen.

Audio interview
Egbert Fransen
Egbert Fransen over Programmering
Egbert Fransen (1960) is directeur van Pakhuis de Zwijger. Hij adviseert Circl bij het programmeren van debatten, lezingen en andere evenementen.
2:00

Allerlei ideeën borrelen op. Zo kan het paviljoen een open podium bieden voor jonge kunstenaars, het kan diners gaan hosten onder het thema ‘verbinding’ - waar bijvoorbeeld bankiers, vluchtelingen, studenten van elkaar kunnen leren. Het kan ook fungeren als een soort marktplaats waar Zuidas-bedrijven en maatschappelijke organisaties elkaar kunnen vinden.

Samen met andere ABN AMRO’ers verzinnen de teamleden meer mogelijkheden: een duurzaam bootcamp voor kinderen, een ontwerpstudio voor circulaire producten, een wekelijks debat met paneldiscussie over circulariteit, een kookworkshop rondom duurzaam en circulair koken, een social accelerator waarbij bankmedewerkers mogelijke oplossingen verzinnen voor maatschappelijke problemen, een innovation challenge voor duurzame initiatieven…

Scholieren

De bank komt ook in contact met de Merkelbach-school, een basisschool een paar straten verderop. Leerlingen komen langs en mogen van alles verzinnen aan activiteiten waarmee het paviljoen de circulaire principes kan uitdragen. Ze krijgen de opdracht een film te maken over circulariteit, die in het paviljoen te zien zal zijn.

Ook binnen de bank is bekend geworden dat het paviljoen radicaal van koers is veranderd, wat steeds meer mensen enthousiast maakt. Gepensioneerde ABN AMRO’ers geven zich op om straks rondleidingen in het pand te geven. In het hoofdkantoor wordt een inzamelactie gestart voor spijkerbroeken, die uiteindelijk door het bedrijf VRK Isolatie vervezeld worden en verwerkt tot geluidsisolerend materiaal aan de plafonds. Begin 2017 laat de nieuwe bestuursvoorzitter van ABN AMRO Kees van Dijkhuizen zich in het paviljoen en op de bouwplaats filmen voor een vlog over het nieuwe jaarverslag van de bank.

Er is momentum, er zijn wilde ideeën en plannen. Circulariteit is een grote bron van inspiratie, merkt Van den Bergh, maar over de exploitatie heeft hij de nodige hoofdbrekens. Doordeweeks verkoopt het zichzelf, denkt hij. Dan is er levendigheid op het plein, en als je de programmering prikkelend en spannend genoeg maakt, dan zal het paviljoen ook gaan leven.

Audio interview
Merijn van den Bergh
Merijn van den Bergh over Exploitatie
Merijn van den Bergh (1971) is eindverantwoordelijk voor de exploitatie van Circl en formeel dus Circl-directeur. Hij werkt al bijna 20 jaar voor ABN AMRO.
2:05

Maar de vraag voor hem is of het paviljoen ook op andere momenten aantrekkelijk genoeg zal zijn. De circulaire principes zijn zuiver, maar als je te veel alleen maar het circulaire verhaal vertelt, loop je het risico mensen van je te vervreemden. Het moet niet té vooruitstrevend, vindt Van den Bergh. Die nieuwe business die het paviljoen de bank moet opleveren - nieuwe klanten, nieuwe initiatieven, nieuwe samenwerkingsvormen - moet wel goed van de grond komen.

Dilemma's

Ook tijdens het verdere bouwproces steken dat soort dilemma’s regelmatig de kop op. Mark van Rijt blijft herhalen: we moeten niet uit de pas lopen qua tijd, geld, functionaliteit en circulariteit. Stroomopslag regelen zodat Circl zonne-energie kan opslaan? Goed idee, maar het moet haalbaar zijn. Als zelf een accu laten ontwikkelen vierenhalve ton kost, terwijl je voor anderhalve ton er eentje bij Tesla kan kopen, dan is de keuze snel gemaakt. En als je impact wil maken, dan moeten de oplossingen ook voor anderen haalbaar zijn. Een nog betere oplossing: laten we eerst Circl maar eens een paar maanden laten draaien, dan kunnen we ook beter zien wat we aan stroomopslag nodig hebben. Het gaat, zoals bijna alles bij Circl, stap voor stap.

Circulair eten en drinken

Diezelfde soort dilemma’s spelen ook bij de horeca-exploitatie. Een circulair paviljoen moet horeca hebben die daarbij past. Maar de schaal is fors: niet alleen moeten de vergaderingen van ABN AMRO vrijwel dagelijks worden voorzien van wat in de horecawereld ‘banqueting’ heet - koffie, lunch, versnaperingen - in het paviljoen komen ook een openbaar restaurant op de begane grond en een bar met kleine maaltijden op de eerste verdieping.

In het voorjaar van 2016 heeft ABN AMRO een tender uitgeschreven: dit is ons nieuwe paviljoen, welke organisatie komt met een uitdagend concept dat aansluit bij onze circulaire ambities?

Eén van de partijen die al snel de grote favoriet is – en de opdracht uiteindelijk ook krijgt – is Vermaat, het horecabedrijf dat onder meer ook achter het nieuwe restaurant RIJKS in het Rijksmuseum zit. Het bedrijf staat erom bekend dat het maatwerkconcepten voor allerlei opdrachtgevers ontwikkelt. Vermaat pitcht een goed concept, maar doorslaggevend voor de bank is dat Vermaat zich presenteert als een organisatie die wil leren.

Nieuw terrein

Net als veel horeca-ondernemingen is Vermaat al op veel manieren bezig met duurzaamheid, maar, zo geeft het bedrijf eerlijk toe, circulariteit is ook voor hen een relatief nieuw terrein. Maar juist van de keuzes die daarbij komen kijken, wil Vermaat leren. En die learnings delen. En ook de eigen partners uitdagen - met bijna 300 vestigingen en meer dan 3.000 medewerkers is de impact van het bedrijf fors. En keuzes zijn er in de ontwikkeling van het horecaconcept voor Circl in overvloed. Op hoogtijdagen moet Vermaat rekenen met zo’n 300 man die beneden vergaderen met ontbijt, koffie, thee en lunch. In het restaurant op de begane grond is plaats voor 100 tot 150 man, en in de bar op het dak is plaats voor zo’n 80 mensen.

Dat levert onder meer een energievraagstuk op. ABN AMRO wil een zuinig paviljoen, dus krijgt Vermaat in eerste instantie 35 kilowatt ter beschikking. Een ‘normaal’ restaurant van deze omvang heeft minimaal 200 kilowatt nodig. In één van de eerste plannen stelt Vermaat daarom voor om met houtovens te werken, een constante, relatief zuinige vorm van energie die ook nog eens voor een wat ruigere sfeer zorgt en geen stroom verbruikt.

Maar de bank houdt dat af: door de warmte van de ovens zal de verfijnde temperatuurregulering in het paviljoen in de war raken. Vermaat mag het doen met de energie die er is, al blijkt de bank later wel bereid om de capaciteit op te hogen naar 100 kilowatt - nog steeds slechts de helft van wat gangbaar is. Vermaat is flexibel en creatief: als dat dus betekent dat er geen bittergarnituur geserveerd kan worden omdat frituurinstallaties te veel stroom vragen, dan komt er dus geen bitterbal bij de borrel - maar wel bijvoorbeeld zuurdesemhapjes, of geroosterde aubergine-spiesjes met een frisse dip.

Doordenken

Net als alle andere partners blijft Vermaat doordenken. Hoe gaan ze bestellingen opnemen in het restaurant? Er bestaan hele zuinige handhelds, die je maar één keer per dag hoeft op te laden. En bonnenprinters, zijn die nodig? Of hebben gasten tegenwoordig genoeg aan een bon in hun e-mail? En kan de aanvoer van ingrediënten en andere middelen niet gewoon door één vrachtwagen gebeuren?

En zoals ABN AMRO zijn leveranciers bevraagt, gaat ook Vermaat zijn partners uitdagen en sijpelt de circulariteit door de hele keten. Het bedrijf komt een Belgische leverancier op het spoor die op een circulaire manier bedrijfskleding maakt. Maar is het niet veel leuker en duurzamer om met een lokale partij een nieuwe keten te bedenken? Of, wacht even, is bedrijfskleding überhaupt nodig – is een sloof niet voldoende, waarbij het personeel gewoon een eigen broek en longsleeve draagt?

Sowieso – dat personeel: vanuit de inclusieve principes van circulariteit wil Vermaat graag werken met mensen die op afstand staan van de arbeidsmarkt. Daarvoor sluit het een overeenkomst met een sociale werkplaats.

Voor de kaart wil de nieuw aangetrokken chefkok Rudolf Brand zo veel mogelijk werken met de seizoenen, met zo veel mogelijk lokaal verbouwde ingrediënten. En de transparantie die bij circulariteit hoort, is in het concept waarbinnen hij gaat koken ook terug te zien. De keuken is open, en er komt een grote uitgelichte wand vol potten flessen waarin van alles is gebotteld, geweckt, gefermenteerd, ingemaakt...

Banqueting - maar dan anders

Begin juni 2017, als Vermaat kan beginnen met de bouw van de keuken, is de benedenverdieping al geopend voor vergaderingen. Dat betekent ook dat de banqueting van start gaat, bediend vanuit het hoofdkantoor. Dat doet Vermaat niet met de standaard schalen met broodjes en kannen melk, waarbij er altijd broodjes overblijven en er veel afval is, maar met een groot buffet in de centrale hal van de kelder.

Daar kan iedereen die vergadert lunchen - ook een manier om weer met elkaar te connecten. Het bedrijf wil zo inkopen dat wat overblijft gewoon terug naar de keuken kan, om gebruikt te worden bij het restaurant. Reduce, re-use, streven naar ‘no waste’.

Maar naast al die circulaire plannen moet Vermaat ook oog houden voor ‘de gewone zakelijke gast.’ Die misschien niet zo veel op heeft met circulariteit, maar gewoon met zijn tafelpartner wil kunnen genieten van goed eten en drinken - met het goede verhaal als bonus. Uiteindelijk wil Vermaat er ook een commercieel succes van maken, dus al die circulaire keuzes moeten niet ten koste gaan van de kwaliteit. Bovendien: juist met een goedlopend commercieel concept komt er meer ruimte voor nieuwe circulaire stappen en de bijbehorende investeringen.

Een groene tuin

Het plein voor de deur van het hoofdkantoor - daar begon het allemaal mee. Niet voor niets was de herinrichting van de entree van ABN AMRO een integraal onderdeel van de eerste schetsen voor het paviljoen. Eén ding stond vast: het grotendeels bestrate plein waar taxi’s af en aan reden moest anders.

Tijdens de eerste ontwerpfase in 2013 maakt de Architekten Cie samen met een landschapsarchitect een aantal schetsen die passen bij de oorspronkelijke, zakelijke uitstraling paviljoen. Maar als ABN AMRO in het najaar van 2015 de switch naar een circulair paviljoen heeft gemaakt, gaat de samenwerking met de landschapsarchitect steeds stroever lopen.

Eind 2015 komt Donkergroen in beeld, een groot bedrijf in groenvoorzieningen dat eerder ook het groen rond het ABN AMRO kantoor aan de Foppingadreef in Amsterdam Zuidoost heeft verzorgd. Donkergroen wordt, net als alle potentiële andere paviljoen-partners, door ABN AMRO uitgenodigd om een ontwerp te maken, maar vooral uitgedaagd om na te denken over circulariteit en de rol die het kan spelen in de eigen keten.

Ontspanning

Elwin de Vink, hoofdontwerper bij Donkergroen, denkt hard na. Op de Foppingadreef had Donkergroen ook al met duurzame principes gewerkt. Maar dit is wel even wat anders. Het plan van eisen van de bank is flink: het moet een tuin zijn waar medewerkers van de bank maar ook voorbijgangers en buurtbewoners kunnen ontspannen, maar er moet ook ruimte blijven voor taxi’s en vrachtwagens.

De brandweer moet bij het hoofdkantoor kunnen komen, net als de glazenwasser. Alles bij elkaar nemend komt het team van Donkergroen tot een ontwerp waarbij nog altijd 90 procent van het plein bestraat is. Niet de bedoeling.

Dan haalt De Vink, zoals hij zegt, een truukje uit. In plaats van een doorwrocht en tot op het detail uitgewerkt ontwerp, maken hij en zijn ontwerpteam een aantal grove vergezichten. De tuin moet een soort groene oase worden, met zwevende delen, bruggen, vlonders - met nog altijd plek voor de brandweer.

Aan het paviljoen komt een ‘groene muur’ vol planten, die de daktuin flankeert. De strook groen loopt door naar het hoofdkantoor en verbindt de twee gebouwen. Donkergroen presenteert zijn grove plan aan Mark van Rijt en Rudolf Scholtens, maar met een duidelijke kanttekening: heel veel hangt af van de materialen die we kunnen vinden en gebruiken, dus we kunnen geen kant en klaar gedetailleerd ontwerp maken. Niks is zeker, maar we gaan de ontdekkingsreis graag aan - om ook in onze keten te kijken wat we kunnen betekenen.

Dat spreekt de ABN AMRO’ers aan en Donkergroen mag aan de slag. Al snel sneuvelen de zwevende bruggen: niet praktisch met hoge hakken. Maar gaandeweg komen er allerlei vernuftige circulaire vondsten voorbij.

Donkergroen komt er via via achter dat een hele partij kasseien uit België beschikbaar komt. De grote stenen gaan al duizend jaar mee: doorgezaagd vormen ze een perfecte bestrating voor rond het paviljoen. Duurzaam zijn ze ook, want als het plein ooit ontmanteld wordt, zijn de keien nauwelijks gesleten en zo weer te hergebruiken.

Mecano

Het groenbedrijf denkt ook na over het materiaal van de bakken waarin ze hun planten en bomen zetten. Ze gebruiken cortenstaal, dat tot een bepaald niveau roest en daarna niet meer. Maar als dat soort plaatdelen eenmaal vastgelast zitten, zijn ze niet goed meer te hergebruiken: het enige wat je kunt doen is omsmelten. Dus komen ze met een vondst: ze maken de bakken modulair.

De plaatdelen worden via scharnieren met een pen van gerecycled plastic aan elkaar verbonden. In verschillende formaten en gebogen in diverse hoeken, zodat als het ware een grote verzameling mecano onstaat. Is de tuin van ABN AMRO aan vervanging toe, dan kunnen de groenbakken gewoon worden gedemonteerd en in allerlei andere samenstellingen worden hergebruikt.

Sommige oplossingen zijn uit nood geboren. Het plein ligt op het dak van de parkeergarage en kan maximaal 1500 kilo dragen. Om de laag tussen de garage en de straat te vullen, kan Donkergroen geen zand storten, want dat wordt veel te zwaar. In de oude situatie ligt er piepschuim - een aardolieproduct.

Na lang zoeken vindt Donkergroen een alternatief in glasschuim, afval dat ontstaat bij de productie van glas. Net zo licht als piepschuim, maar een natuurlijker product. En bij ontmanteling heel eenvoudig te hergebruiken. En zo verzint Donkergroen nog meer: in de tuin komt een paal met zonnepanelen waarmee je je mobiel kunt opladen, er komt een insectenhotel, beplanting die aantrekkelijk is voor de vogels, vlinders en insecten die in een stedelijke omgeving als de Zuidas leven, maar die ook elk seizoen een ander beeld biedt. De planten - alleen soorten die van nature lokaal hier voorkomen - komen van een biologische kweker uit Wageningen.

Een verbindend paviljoen aan de zuidas

Het is september 2017. De laatste weken is het hard gegaan. BAM heeft het pand opgeleverd. Circl staat. Het paviljoen is af. De As van Berlage heeft zijn sluitstuk.

Maar is dat wel zo? Is het project af? Heeft een cirkel wel een eind?

Wat begon als een plan voor extra vergaderruimte en horeca voor medewerkers van ABN AMRO, werd uiteindelijk een voor iedereen toegankelijke ontmoetingsplek met maar één doel: de transitie naar een circulaire economie versnellen.

Door te laten zien hoe je circulair kunt bouwen, door te inspireren, uit te dagen, te verbinden. Maar ook door niet weg te lopen voor moeilijke keuzes. En door voortdurend de vraag te stellen: hoe creëer je zo veel mogelijk duurzame impact?

Dat klinkt lekker, maar zoiets gaat niet vanzelf. Zoals dit verhaal laat zien is bouwen volgens principes die voor velen nog totaal onbekend zijn, een enorme uitdaging. Niets is zeker of vanzelfsprekend. De kans dat je fouten maakt is groot.

Maar, zeggen alle betrokkenen, van BAM tot Vermaat tot New Horizon en Donkergroen, ondanks de strubbelingen en moeilijkheden heeft dit project ons zo veel meer opgeleverd dan alleen een mooie opdracht. Vrijwel alle betrokkenen hebben geleerd anders te kijken naar hun eigen business en manier van werken. En vrijwel iedereen is op zijn eigen manier geïnspireerd om op een andere, duurzame manier zaken te gaan doen en ook op zijn beurt zijn eigen partners daartoe uit te dagen. Daarmee is in ieder geval een klein deel van het doel van Circl al bereikt.

De ontwikkeling van Circl heeft ook laten zien dat je visionairen nodig hebt, dwarskoppen die niet bang zijn tegen de stroom in te zwemmen. Die weten dat je alleen écht kunt transformeren door de uitdaging aan te gaan. Die visie hebben, willen inspireren en overtuigen en op hun beurt bereid zijn om geïnspireerd en overtuigd worden. En die vervolgens in het diepe durven te springen en daarbij de steun en het vertrouwen van anderen krijgen.

Circl staat er. Een nieuwe hotspot voor circulaire ideeën en inspiratie. Maar Circl is niet af - feitelijk is dit pas het begin. De transitie naar een circulaire economie is nog maar net bezig. Circl wil daar een rol in spelen, omdat Circl gelooft in de nieuwe, circulaire wereld. Samen met de buurt, bedrijven, ngo’s, instellingen en burgers - iedereen die maar wil - zet Circl elke dag nieuwe stappen naar een duurzame samenleving.

Dit artikel is in september 2017 gepubliceerd
ter gelegenheid van de opening van Circl.