Artikel

Natuurherstel als breekijzer voor de economie

Sonny Duijn, Biodiversity Advisor bij ABN AMRO, over hoe de natuurherstelwet óók goed kan zijn voor de economie.

Geplaatst op 20 juni 2024

portretten ABN AMRO, Hannie Verhoeven Fotograaf

Sonny Duijn

Biodiversity Advisor bij ABN AMRO Bank N.V.

Herstel van de natuur is op termijn goed voor de gezondheid, de voedselzekerheid en creëert extra ruimte voor ondernemerschap. De controverse rondom de uiteindelijk toch aangenomen Europese natuurherstelwet toont aan dat het sturen op welzijn voor de lange termijn vooralsnog hindernissen kent.

Op lange termijn is de samenhang tussen economie en natuur duidelijk. Immers is meer dan de helft van de wereldeconomie in matige tot sterke mate afhankelijk van diensten van de natuur, zoals voedselproductie, koolstofopslag, de bescherming tegen ziekten, of overstromingen en het filteren van lucht en water.[1] ECB-bestuurder Frank Elderson refereerde aan dergelijke diensten zelfs als “core economics” in een interview met de Financial Times.[2]

‘Economisch kortzichtig’ op lange termijn

Het bedrijfsleven onderstreept deze samenhang van belangen. Voorafgaand aan de VN-top in Montreal eind 2022, waarin landen overeenkwamen om meer natuur te beschermen en de biodiversiteitstrend ten goede te keren, gaven honderden bedrijven in een brandbrief aan dat de status quo “economisch kortzichtig” is en “waarde gaat vernietigen op lange termijn”.[3]

De zorg is terecht. Vele leefgebieden voor flora en fauna in de wereld staan onder druk. Van ruim achthonderd habitats die het Europees Milieuagentschap heeft meegenomen in een in 2020 gepubliceerde analyse, verkeerden 81 procent niet in een gunstige staat.[4] Dit heeft gevolgen voor de overlevingskansen van de verschillende soorten die er leven, en bovendien voor de mate waarin de mens gebruik kan maken van de diensten van de natuur.

Veerkracht van de natuur

Andersom is de diversiteit aan planten, dieren, micro-organismen en schimmels, hun interacties, de genetische variatie en diversiteit in deze leefgebieden, een cruciale indicator voor de veerkracht van de natuur, en van de slagkracht om natuurdiensten te kunnen blijven bieden. Het recordtempo van het uitsterven van soorten is dan ook een belangrijke waarschuwing: in de eerste plaats moreel gezien, maar zeker ook economisch gezien.

Het Bruin blauwtje staat in Nederland op de Rode Lijst voor dagvlinders.

In Nederland zelf zijn er ook dergelijke economische zorgen voor de langere termijn. Het plaatsmaken van natuur voor infrastructuur, bouw- of landbouwgrond in de tweede helft van de 21e eeuw, eist daarbij zijn tol samen met de vervuiling van lucht, water en bodem. In Nederland is bijna 90 procent van de beschermde habittattypen niet in een gunstige staat van instandhouding.[5]

Botsende belangen op korte termijn

Waar de neuzen voor de lange termijn vrij gemakkelijk dezelfde kant op staan, is dat op korte termijn een stuk ingewikkelder. De bestaande druk op de natuurkwaliteit legt op korte termijn een rem op ondernemerschap en economische belangen, zeker in de buurt van beschermde natuurgebieden.

Terwijl de stikstofcrisis al gaande was, is de lat hoger komen te liggen. Het verkrijgen van vergunningen voor stikstofuitstotende activiteiten is op veel plekken moelijker geworden, omdat veel Nederlandse habitats door ophopingseffecten gevoeliger zijn geworden voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. [6]

En voor wie activiteiten ontplooit vlakbij beschermde waterlichamen, zouden de komende jaren wellicht nieuwe beperkingen gaan gelden, aangezien Nederland de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water voor 2027 niet zal gaan halen. Dit zou vooral gevolgen kunnen hebben voor de industrie, bouw, infrastructuur en landbouw.

Dat verschillende maatschappelijke belangen – denk aan woningbouw, de energietransitie en voedselvoorziening – aan deze sectoren gelinkt zijn maakt de puzzel bepaald niet eenvoudiger.

Natuurherstel als breekijzer

In potentie zou de natuurherstelwet hierbij als het perfecte breekijzer kunnen dienen. Het dwingt Nederland om tot een natuurherstelplan te komen, zet daarmee druk om de ruimtelijke puzzel sneller te leggen, en biedt het een handvat om ecosystemen en cruciale waarde voor de lange termijn te beschermen. En door de verwachte positieve effecten op de staat van de natuur, zal een slagvaardig herstelplan ook meer ruimte voor ondernemerschap creëren.

‘De maatschappelijke kosten van nietsdoen, zijn een veelvoud van kosten van wél handelen’, verwoorden adviseurs van Berenschot en Arcadis dit, in de maatschappelijke kosten-batenanalyse in opdracht van het ministerie van LNV. Juist het uitblijven van een adequaat herstelplan zal Nederland juridisch sterk kunnen beperken in economische en maatschappelijke activiteiten, volgens de adviseurs. Nederland heeft immers nog steeds de verplichting natuurgebieden te beschermen.

Moeras en heide in nationaal park Groote Zand in Drenthe.

Voorbeelden herstelmaatregelen

Het betreffende herstelplan bevat allerlei mogelijke herstelmaatregelen voor de natuur, zoals het vernatten van veengebieden, de natuurlijke (meanderende) loop van rivieren herstellen, bufferstroken, heggen of bloemrijke akkerranden op agrarisch land aanleggen, oesterriffen als habitat voor zeeleven creëren of via groene of blauwe verbindingen natuurgebieden koppelen, om maar een beperkt aantal voorbeelden te noemen. Herstelmaatregelen kunnen ook directer gericht zijn op het verminderen van de druk op natuur: het verminderen van pesticidegebruik, zwerfafval, vervuiling via afvalwater en onderwatergeluid, bijvoorbeeld.

Ecoduct over Nederlandse snelweg.

Dat herstel dient ook binnen de stedelijke omgeving – dat in brede zin geïnterpreteerd wordt – plaats te vinden. Denk hierbij aan het vergroten van de groene gebieden in steden, via bijvoorbeeld stadsparken, bomen, wilde bloemen en groene daken, kruidachtige vegetatie, waterlopen en korstmossen. Vanaf eind 2030 moet – met uitzondering van bepaalde gebieden – volgens de verordening zelf, een netto positieve trend in groene gebieden en boomkroonoppervlak in stedelijke gebieden gerealiseerd worden.

Dankzij de goedkeuring en het definitieve akkoord van de Europese ministerraad, gaat het nu snel. Door het karakter dat van een verordening uitgaat is deze binnen drie weken na officiële publicatie van toepassing – en moet er alsnog een herstelplan komen binnen een paar jaar.

Sturen op welzijn

Bovendien zullen de maatregelen uit een slagvaardig natuurherstelplan tot veel meer voordelen leiden, wanneer dit bekeken wordt vanuit welzijnsperspectief. Denk aan gezondheidsbaten dankzij schonere lucht – via de afvang van fijnstofdeeltjes en uitlaatgassen door bijvoorbeeld loof- en naaldbomen – en vermeden waterschade aan huizen. Ook biedt natuurherstel een betere bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering.[7]

Een ander voorbeeld is het vermijden van prijsstijgingen van groente en fruit voor de consument omdat – bijvoorbeeld door een positief effect op diversiteit en populatiegrootte van bestuivende insecten – misoogsten worden voorkomen.

Bovendien heeft de stedelijke vergroening duidelijke voordelen. Groene gebieden in steden zorgen niet alleen voor het beter vasthouden (en daarmee beschikbaar houden) van water, ze kunnen ook een overbelasting van het riool voorkomen. Door minder overstorten neemt ook de noodzaak voor waterzuivering gedeeltelijk af.

Een ‘groene’ straat in Eindhoven.

Natuurherstel en welzijn

Nog een stedelijk voorbeeld: als 25 procent van het extra groen binnen een straal van een kilometer van woningen ligt, scheelt dat elk jaar 3 miljoen euro aan zorgkosten en levert dit bovendien door lager ziekteverzuim, en daarmee vermeden arbeidsverlies, 18 miljoen euro op. De welzijnsvoordelen spreken tot de verbeelding en lopen, alles bij elkaar opgeteld, veel hoger op dan de kosten die samengaan met de maatregelen.

Toch laat juist de controverse rondom de natuurherstelwet zien dat sturen op welzijn vooralsnog heel ingewikkeld is. Met de natuurherstelwet gaan immers hele concrete kosten gepaard, zoals administratieve en juridische kosten, en er kunnen nieuwe beperkingen op ondernemerschap komen, wat de nodige zorgen oplevert.

De welzijnsvoordelen zijn ook meer abstract, gaan niet altijd over ‘harde euro’s’ en zijn ingewikkelder toe te schrijven aan natuurmaatregelen – en daarmee ook veel gemakkelijker voer voor discussie. Niettemin zou het heel goed zijn als we in de toekomst vaker keuzes kunnen maken op basis van welzijn, en daarvoor biedt de discussie rondom de natuurherstelverordening belangrijk leermateriaal.

Voetnoten

[1] https://www3.weforum.org/docs/WEF_New_Nature_Economy_Report_2020.pdf

[2] https://www.ft.com/content/d83602d0-1296-4928-b58a-21cf2a6d2a0f

[3] https://www.businessfornature.org/cop15-business-statement

[4] https://www.eea.europa.eu/publications/state-of-nature-in-the-eu-2020

[5] https://www.wur.nl/nl/nieuws/de-nederlandse-vogel-en-habitatrichtlijnrapportage-2019-inzichtelijk-gemaakt.htm

[6] https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/environmental-research/show-wenr/natuur-stikstofgevoeliger-dan-gedacht-kritische-depositiewaarden-omlaag.htm

[7] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/03/01/impact-assessment-europese-natuurherstelverordening

Biodiversity x Finance
In deze reeks bespreken we hoe we biodiversiteit aan financiële belangen kunnen koppelen.
Naar reeks